Aanleg Maasvlakte 2 loopt als een trein

Sinds twee jaar geleden werd gestart met de aanleg van Maasvlakte 2, is al 170 miljoen m3 zand in het werk aangebracht. Dat is meer dan 100 keer de Kuip tot de rand toe gevuld. Op het hoogtepunt van het ‘zandbedrijf’ waren zo’n tien sleephopperzuigers tegelijk aan het werk. Inmiddels zijn dat er nog maar een stuk of drie.

Aannemer PUMA (een samenwerkingsverband van Boskalis en Van Oord) heeft het accent in de aanleg verschoven naar het ‘steenbedrijf’, oftewel de aanleg van 3,5 km harde zeewering aan de noordwestkant, en de bouw van de kademuur voor de eerste containerterminal. Beide zijn momenteel in volle gang. Het project ligt daarmee op schema. Over drie jaar kan het eerste containerschip afmeren in het nieuwe havengebied.

 

Belangrijke mijlpalen in 2011 zijn de start van de bouw van de kademuur voor de containerterminal van APMT (januari), de oplevering van het terrein aan containeroverslagbedrijf RWG zodat deze zijn terminal kan gaan inrichten (voorjaar) en de aanleg van de infrabundel (weg, spoor, kabels en leidingen) voor de aansluiting van Maasvlakte 2 op de bestaande haveninfrastructuur. Deze infrabundel komt tussen de Slufter en het Distripark Maasvlakte.

Blockbuster boegbeeld van Maasvlakte 2

Aan de noordwestkant krijgt Maasvlakte 2 een voor Nederland geheel nieuw soort zeewering: een stenig duin, met daarvoor een dam van grote betonblokken als golfbreker. Voor het plaatsen van de grootste stenen en de betonblokken heeft PUMA een bijzondere kraan ontworpen: de Blockbuster. Deze is op locatie in elkaar gezet, uitgebreid getest en werkt sinds kort aan de zeewering.

De Blockbuster is een aangepaste zogenoemde ‘E-crane’ die betonblokken van 40 ton tot 50 meter uit het hart van de kraan op 15 cm nauwkeurig kan positioneren. Die precisie is nodig om de blokkendam een semi-open structuur te geven waardoor de golfenergie goed wordt geabsorbeerd. De zeewering moet stormen kunnen doorstaan die maar eens in de 10.000 jaar voorkomen. De Blockbuster heeft een eigen gewicht van zo’n 1200 ton, een contragewicht van 360 ton en rijdt op drie dubbele sets rupsbanden.

Testperiode

De afgelopen zomer is de Blockbuster opgeleverd en begon de testperiode. De engineers van PUMA hebben proeven uitgevoerd met de verschillende grijpers: voor de 40 ton zware betonblokken is een speciale klem ontwikkeld, de grote brokken waterbouwsteen worden met een poliepgrijper geplaatst. Ook de nauwkeurigheid waarmee de kraan werkt en de survey-apparatuur die de verrichtingen van de Blockbuster meet, zijn uitvoerig getest.

In de testperiode zijn ook de kraanmachinisten ingewerkt. Hoewel de meesten veel ervaring hebben met het werken met dit soort kranen, is een kraan van deze omvang en het tillen van een last van 40 ton toch anders. Het ‘eindexamen’ bestond uit het ‘blind’ bouwen van een proefvak: met gesloten luxaflex bouwden de operators 50 m blokkendam enkel en alleen met de informatie op de beeldschermen van het ‘crane monitor system’.

Begin oktober reed de Blockbuster het nieuwe land op, om eerst te werken aan een tijdelijke bescherming van de harde zeewering in wording. Dit om afslag van zand en het wegspoelen van stenen tijdens het naderende stormseizoen zoveel mogelijk te beperken. Vanuit deze baan worden de blokken in het definitieve profiel geplaatst.

Steenstorters, dumpers en shovels

Aan de zuidwestkant krijgt Maasvlakte 2 een zachte zeewering van duinen en strand. Aan de noordwestkant kunnen de golven echter krachtiger zijn en is vanwege de dichtbij gelegen vaargeul minder ruimte om een langzaam aflopend talud te maken. Daarom is hier gekozen voor een harde zeewering van 3,5 km van een ‘stenig duin’ met daarvoor een blokkendam als golfbreker.

Voor het stenig duin en de blokkendam zijn zo’n 7 miljoen ton breuksteen nodig en circa 20.000 betonblokken van 40 ton per stuk. De betonblokken en 2 miljoen ton steen worden hergebruikt uit de oude blokkendam en zeewering. 5 Miljoen ton breuksteen komt uit steengroeves in Noorwegen, Schotland, Duitsland en België.

Op het zandlichaam van de zeewering bouwt de steenstorter HAM 602 (een schip) een talud op, met van onder naar boven steeds grotere stenen. Ploegboot Arca profileert het talud en de aangebrachte steen. Ook vanaf het land wordt steen aangebracht. Hiervoor zet PUMA samen met de firma Jac. Rijk diverse dumpers, shovels en kranen in. Er is nu zo’n 500.000 ton steen vanaf het water en 700.000 ton vanaf het land aangebracht. Een even grote hoeveelheid ligt te wachten in het depot.

Op dit moment staat de Blockbuster op een van de twee werkdammen die de zee in steken. De ruimte tussen de werkdammen wordt volgestort met steen zodat de dammen opgaan in het stenig duin.

 

De voortgang van de aanleg van de harde zeewering wordt sterk beïnvloed door de weersomstandigheden en de golfslag. De afgesproken mijlpalen worden nog steeds zonder probleem gehaald. Planning is dat de zeewering in oktober 2012 gereed is.

Kademuur voor Rotterdam World Gateway

Voor de containerterminal van Rotterdam World Gateway (RWG) worden twee, aansluitende kademuren aangelegd: 1250 m diepzeekade (voor de grote containerschepen) langs de Prinses Amaliahaven en 650 m barge/feederkade (voor binnenvaart en kleinere containerschepen) op de kop van de terminal.

PUMA heeft dit werk uitbesteed aan onderaannemer BAVO Kademuren, een combinatie van BAM Civiel en Van Hattum en Blankevoort.

De diepzeekade is een betonnen constructie in de vorm van een L, waarbij de fundering gevormd wordt door zogenoemde diepwanden, vibro-palen en mv-palen. In januari 2010 is gestart met deze kade. Op dit moment wordt over een lengte van 975 meter aan de kademuur gewerkt. Het bouwproces vindt plaats in de vorm van een treintje: voorop begint men met het graven van sleuven, achteraan worden de bolders op de kade geplaatst. Daartussen zijn alle fasen van het bouwproces zichtbaar.

Bentoniet

De panelen waaruit de diepwand wordt opgebouwd zijn 38 m hoog, 1,2 m dik en 7,5 m breed. Voor deze betonnen wanden wordt eerst een sleuf gegraven met een dieplepel, een soort grijper aan lange staalkabels. Tijdens het graven wordt bentoniet in de sleuf gegoten. Bentoniet is een mengsel van water en klei en zorgt ervoor dat de sleuf tijdens het graven niet instort. Als de sleuf diep genoeg is, wordt er een korf van betonwapening in gehesen. Daarna storten betonmixers beton in de sleuf. Per paneel van 7,5 m is zo’n 300 m3 beton nodig. Het wordt met een vulpijp van beneden naar boven in de sleuf gebracht. Daardoor drukt het beton het bentonietmengsel naar boven, waar dat wordt opgevangen voor hergebruik.

 

De diepwandconstructie bevindt zich grotendeels onder de grond. Om de trekkrachten van de kadeconstructie te verdelen, worden mv-palen schuin op de wand in de grond geslagen. Op het moment zijn over een lengte van zo’n 425 m vibropalen en over 375 m mv-palen de grond in geslagen. In totaal worden voor deze containerterminal ruim 200 mv-palen en meer dan 800 vibropalen gebruikt.

Bovenop de diepwand wordt de L-wand geplaatst. Na het aanbrengen van de bekisting wordt het beton gestort in segmenten van 25 m. Het eerste stuk L-wand is begin oktober gestort. Momenteel ligt er al 100 m.

Om te testen of de constructie de enorme krachten van de toekomstige containerschepen kan weerstaan, is een trekproef gedaan op de mv-palen, waarbij meer dan 92 ton aan kracht is uitgeoefend. Uiteindelijk moet de constructie 72 ton kunnen houden. De mv-paal heeft deze proef probleemloos doorstaan.

Barge/feederkade

De barge/feederkade bestaat uit een betonnen wand van 7 bij 3 m op een fundering die bestaat uit een combiwand van buispalen en stalen damwanden, met horizontale verankering. De fundering van deze kade is al over de volle lengte van 550 meter gebouwd. Hierop komt nu nog de betonnen wand.

Recentelijk is gestart met de inrichting van het werkterrein voor de kademuur van APMT. In januari 2011, als het voorste stuk van het ‘treintje’ klaar is met de kademuur voor RWG, start onderaannemer BAVO Kademuren hier met de bouw van de diepzeekade en de barge/feederkade van APMT, de tweede containerterminal op Maasvlakte 2. Deze is wat betreft grootte vergelijkbaar met die van RWG.

Gras houdt het zand op zijn plaats

Geen golfterrein in wording, wel vers aangebracht zand op Maasvlakte 2. En dat zand moet natuurlijk niet wegwaaien. Ten eerste heeft de omgeving daar hinder van. Ten tweede kan, als door harde wind veel zand wegwaait, zelfs de geplande terreinhoogte van Maasvlakte 2 in gevaar komen. De oplossing hiervoor is even simpel als oer-Hollands: er gras over laten groeien.

Op proefvelden op Maasvlakte 2 heeft aannemer PUMA gras laten inzaaien. Een veld met graszaad van het bij kenners bekende Europoortmengsel, een veld met maaisel van de bestaande Maasvlakte en een referentieveld. Het maaisel bevat naast graszaad ook onkruidzaden, het referentieveld is niet ingezaaid.

Ecologische meerwaarde

De functie van het gras is dat de wortels ervan het zand bijeenhouden. Of het veld er ook mooi groen bij ligt is van secundair belang. Dat het Europoortmengsel goed resultaat geeft is bekend. Doel van deze proef is om te ontdekken of dit nieuwe maaisel een vergelijkbaar stevig en zandvasthoudend resultaat geeft als het vertrouwde Europoortmengsel maar tegelijk een meer gevarieerde vegetatie oplevert. Vanuit ecologisch oogpunt kan dat meerwaarde opleveren als de meer gevarieerde vegetatie ook meer insecten en vogels aantrekt.

Na de zomer van 2011 wordt de balans opgemaakt. Tot die tijd wordt met peilstokken gemeten hoeveel zand er uit de vakken wegwaait. Daarna wordt het ‘winnende’ mengsel op Maasvlakte 2 ingezaaid. Het binnentalud achter de nieuwe duinenrij moet er bijvoorbeeld mee worden bekleed, maar ook opgespoten terreinen waar nog geen bouwactiviteiten plaatsvinden kunnen tijdelijk in het groen worden gezet.

FutureLand

Bezoekerscentrum FutureLand wordt goed bezocht. De verwachting is dat dit jaar zo’n 100.000 mensen het gratis centrum aandoen. Ook de FutureLand Express, een treintje waarmee men voor € 5,- per persoon een rondrit van een uur over het nieuwe land kan maken, is succesvol. Sinds het eind juni begon te rijden, maakten al zo’n 8.000 mensen er een rit mee.

 

 

Groot deel Rotterdamse woningvoorraad onvoldoende toekomstbestendig

Gemeente wil landelijk stadsvernieuwingsfonds en heeft 3 miljard euro nodig - Een groot deel van de particuliere woonvoorraad in Rotterdam moet toekomstbestendig worden gemaakt. Voor tienduizenden Rotterdamse woningeigenaren in met name de kwetsbare wijken is de stapeling van opgaven onbetaalbaar. Bij deze woningen gaat het bijvoorbeeld om funderingsherstel, achterstallig onderhoud, verduurzaming en de overstap naar aardgasvrij.
Dit blijkt uit een onderzoek naar de vitaliteit van 164.000 particuliere woningen in Rotterdam.  Rotterdam is de eerste gemeente die zo’n grootschalig onderzoek heeft gedaan.

 
3 miljoen beschikbaar voor nieuwe ronde CityLab010

Voor het zevende jaar op rij zet het programma CityLab010 van de gemeente Rotterdam haar deuren open voor innovatieve ideeën van Rotterdammers. Dit jaar is ruim 3 miljoen euro beschikbaar voor initiatieven die Rotterdam sterker uit de coronacrisis helpen.

Er is één doel: sterker uit de crisis komen dan dat de stad erin ging. En dus is CityLab010 onder andere op zoek naar oplossingen voor vernieuwing op het gebied van duurzaamheid, circulariteit en digitalisering. Maar ook creatieve, maatschappelijke oplossingen voor vraagstukken die actueel zijn voor Rotterdam. Toch een fantastisch idee maar past het niet bij de criteria? Drie initiatieven maken kans op een wildcard.

 
Meer ruimte voor de fiets

In de binnenstad van Rotterdam komen nog dit jaar 1500 tot 2000 extra plekken om je fiets te stallen. Rond de zomer komen er 1100 fietsparkeerplekken bij het Centraal Station op de Conradstraat. Daarbij komen er meer dan 200 tijdelijke plekken bij op de Karel Doormanstraat, de Kruiskade en de Westblaak. In een leegstaande winkel op de hoekvan de Lijnbaan en Weena-Zuid opent in juni een tijdelijke stalling met ruimte voor 450 fietsen. Alle plannen staan in de Fietsparkeerstrategie die door het college is vastgesteld.

 

 
IMG_4022.jpg